Ergens eind februari vroeg David Janssens mij (Erik van Boxtel) of ik dit jaar nog een Big Day ging houden, en hij zei erbij dat het hem leuk leek om ook een keer mee te doen. De afgelopen jaren heb ik meestal met Rutger van Ouwerkerk een Big Day gedaan en vorig jaar zelfs alleen. Een Big Day is 24 uur achter elkaar zoveel mogelijk soorten vogels zien te vinden in een vooraf afgesproken gebied, en het leukste is om meerdere deelnemers te hebben zodat er teams gemaakt kunnen worden en een extra “spelelement” kan worden toegevoegd. In overleg met Rutger werd besloten een oproep te doen in de Breda Birding-appgroep — een appgroep voor de wat fanatiekere vogelaars (sommigen zullen zeggen “soortenjagers”) in onze gemeente — en dat resulteerde al snel in een aantal zeer positieve reacties. Ook een aantal mensen dat graag mee wilde doen, maar helaas niet kon op de voorgestelde data eind april of begin mei.

Uiteindelijk waren er 8 deelnemers, en via een nieuw aangemaakte appgroep werd een eerste bijeenkomst belegd met 6 deelnemers op woensdagavond 18 maart in de Asterdhoeve. Tijdens deze bijeenkomst werden de teams door loting samengesteld, waarbij vooraf werd bepaald dat Rutger en Erik niet in hetzelfde team mochten zitten, omdat zij als enige twee ervaring hadden met het fenomeen Big Day. Na loting bleek team 1 te bestaan uit Bianca van den Berg, David Janssens, Niels Visser (later bijgeloot) en Rutger van Ouwerkerk. Team 2 bestond uit Erik van Boxtel, Jarek van Houten, Leo Nagelkerke en Sandra Aarts (later bijgeloot). Team 1 koos al snel voor de naam “team (Grijze) Wouw”, maar team 2 wist het nog niet. Na wat weken heen en weer appen besloten zij door te gaan onder de naam “team Hop”. Voor beide teams gold: een beetje manifesteren kan nooit kwaad — wat nog een opvallend staartje bleek te krijgen tijdens de Big Day zelf…

Tijdens deze eerste bijeenkomst werd naast de datum, het weekend van zaterdag 2 en zondag 3 mei, ook het gebied afgesproken: de enigszins voor de hand liggende keuze, de gemeente Breda. Hoewel het bij een Big Day gebruikelijk is om te starten om 12 uur ‘s nachts en dan 24 uur achter elkaar door te gaan, besloten we — omdat niet alle deelnemers meer even jong zijn — om te kiezen voor een start om 18:00 uur en door te gaan tot 18:00 uur de volgende dag, zodat we gezamenlijk zouden kunnen afsluiten met een etentje bij de Asterdhoeve. En zoals dat dan gaat: de verliezer betaalt de hele rekening…

Verder werden de telregels besproken: een soort mag pas worden geteld als een meerderheid van een team de vogel heeft gezien of gehoord. Ook werd afgesproken geen gebruik te maken van de Merlin-app en niet te tapen om vogels te lokken. We tellen geen exoten, maar wel zogeheten ondersoorten, en de wijze van transport staat vrij: auto, fiets, lopend of een combinatie. Tot slot, voor de duidelijkheid: vanwege het competitieve element houdt iedereen zijn soorten voor zich — hoewel vooral dankzij Waarneming.nl veel voor iedereen duidelijk is — maar zeldzame soorten worden wel aan het andere team doorgegeven op de dag zelf. Het andere team heeft dan de keuze om daar wel of niet iets mee te doen.

De Big Day van team Hop

Na twee voorbereidende avonden bij Sandra hadden wij een routeplan met doelsoorten en een afstreeplijst. Vanuit het andere team bereikten ons berichten dat zij een gedegen voorbereiding hadden gedaan en behoorlijk wat nesten van lastige vogels (spechten) wisten, waardoor wij onszelf in de underdogpositie konden plaatsen. Op zaterdag om 18:00 uur begon team Hop in het meest westelijke deel van Weimeren. De weersvoorspellingen voor beide dagen leken nogal wisselvallig te worden, maar vooralsnog hadden we heerlijk weer en we zouden wel zien.

In Weimeren was een paar weken eerder nog Patrijs gezien, en die is steeds moeilijker omdat het erg slecht gaat met deze soort. Helaas konden we er geen vinden, en de eerste soort die op ons lijstje kwam was een Gele Kwikstaart. Niet een hele lastige, maar wel een mooie vogel om mee te beginnen. Voor het hek op de Polderweg volgden nog wat makkelijke soorten, maar ook een Zwartkopmeeuw, Waterral, Paapje en een in deze tijd van het jaar lastige Stormmeeuw. We rekenden ons al rijk omdat we dachten dat het andere team die niet zou hebben — wat achteraf niet zo bleek te zijn. Op het moment dat Jarek en Erik al wegfietsten van het hek werden zij teruggeroepen door Leo en Sandra: er bleek een zingende Sprinkhaanzanger te horen. Fijn om die vast te hebben, en het bleek ook de enige te zijn die we in 24 uur zouden horen!

Via de noordkant van het gebied, over het fietspad langs de Mark — met onderweg een Tapuit — vervolgden we onze weg naar de grote plas die de afgelopen weken enorm goed bleek voor steltlopers. Maar helaas voor ons bleken er naast wat algemene soorten alleen nog een Kleine Plevier en een Oeverloper te zitten. Gelukkig pikte Jarek een overvliegende Purperreiger op, wat voor een Big Day een goede soort is. Erik had het tijdschema bedacht waarin stond dat we rond half 8 op Rooskensdonk/Hooijdonk moesten zijn, vervolgens rond half 9 op de Lange Bunders, om rond 9 uur ‘s avonds te eindigen op de dijk tussen de Asterdplas en het Haagse Beemdenbos. Rutger en Erik hadden daar de afgelopen twee weken tijdens een nachtvlinderinventarisatie namelijk twee keer een overvliegende, baltsende Houtsnip gezien en gehoord. Bovendien riep er die twee keer ook steeds een Bosuil en zat er een zingende Nachtegaal. Drie goede soorten om de avond mee af te sluiten!

Purperreiger in de vlucht
Foto: Erik van Boxtel

Maar goed, we stonden nog op Weimeren en Erik wilde door om op schema te blijven. Sandra was echter nog bezig met de telescoop om alles nog één keer goed na te lopen. Dat bleek een verstandige zet, want prompt vond ze een paartje Pijlstaarten. Totaal onverwacht en dus ook een hele mooie soort voor ons team. Via de oostkant fietsten we dan toch richting Rooskensdonk, waarbij een tweede Purperreiger overvloog, ditmaal richting zuid. Via de ons bekende Steenuilenplek (“niet thuis helaas”) aan de Werftseweg door naar Hooijdonk, waar we op één van de plasjes een foeragerende Bosruiter vonden. Langs het veld bij gemaal Het Kraaiennest troffen we de verwachte Snor, maar in eerste instantie geen Bruine Kiekendief. Ook hier zaten we alweer op de fiets toen er achter ons toch nog één verscheen. Op dat moment begon een aarzelende Bosrietzanger vanuit de hoek te zingen — een mooie verrassing, want die hadden we begin mei nog niet verwacht!

Paartje Pijlstaarten op het water
Foto: Erik van Boxtel

Langs de kreek aan de Lange Bunders hoopten we op Wintertaling, Zomertaling, Slobeend en IJsvogel, maar geen van allen liet zich zien of horen. Uiteindelijk stonden we net iets over negenen op de dijk, waar de Nachtegaal ons vrolijk toezong. Een kwartiertje later kwam — niet geheel onverwacht — team (Grijze) Wouw aanfietsen, en even later liet ook de Houtsnip zich zien en horen. Terwijl het andere team zich een heel stuk verderop op het fietspad positioneerde, bleven wij op dezelfde plek staan: beide teams nog wachtend op de Bosuil. Die bleek uiteindelijk te roepen vanaf de kant van de Asterdhoeve. Ondertussen begon het flink te bliksemen en in de verte ook te donderen. Een heftig noodweer zat er aan te komen, waardoor we besloten om nog even snel bij de Asterdhoeve te kijken of de Kerkuil zich nog zou laten zien — niet dus, die lijkt daar toch weg te zijn — om vervolgens rond half elf huiswaarts te gaan zodat we van een korte nachtrust konden genieten. Met een mooie score van 79 verschillende vogelsoorten konden we rustig gaan slapen.

De volgende ochtend hadden we om 5:30 uur afgesproken in het Mastbos. Doelsoorten waren onder andere uiteraard alle spechten, Appelvink, Goudvink, Boomleeuwerik, Boompieper, Gekraagde Roodstaart, Bonte Vliegenvanger, Havik, Sperwer en de sinds een week of wat aanwezige twee Fluiters. Bij aankomst bleek het nog best schemerig te zijn, dus bleven we nog even op de parkeerplaats wachten tot het iets lichter werd en er wat meer vogels zouden zingen dan de Merel en Zanglijster. Tijdens het wachten werden we op een roepende Bosuil getrakteerd, en toen we eenmaal op de fiets zaten hoorden we al snel de eerste Bonte Vliegenvanger.

We bleven even staan luisteren en hoorden al snel ook een zingende Grote Lijster, een soort die we vooraf als erg lastig hadden ingeschat. Dat was een heel fijne aanvulling dus! De Fluiters lieten zich ook al lekker snel horen, maar al die tijd maar geen roepende spechten. Wat we wel zagen: team (Grijze) Wouw weer, en niet voor het laatst die dag. Via een behoorlijk aantal plekken waar we hoopten op een Goudvink vervolgden we onze weg richting de Galderse Heide. Daar aangekomen liepen we eerst het Vlonderpad op, waar we al direct de Boomleeuwerik hoorden zingen. Bij de plas was slechts één Dodaarsje zichtbaar, maar ook hier verder geen steltlopers op een Oeverloper na, en ook geen Slobeend. Wel hoorden we een Appelvink tikken, maar niet allemaal.

Boomleeuwerik
Foto: Erik van Boxtel

We besloten even een koffiepauze te houden, en wie kwam daar aan…: alweer team (Grijze) Wouw. Ook zij keken de plas af vanaf een andere plek dan wij en besloten op een bepaald moment weer op de fiets te stappen en door te gaan. Precies op dat moment pikte Jarek een knalgele vogel op die naar noord vloog, zo’n beetje over het andere team heen. Een fantastische man Wielewaal, en niet gezien door het andere team! Daarmee hadden we mogelijk een goede troef in handen, hoewel een uurtje later vanuit het Haagse Beemdenbos ook een (vrouw) Wielewaal werd gemeld. Blijkbaar zaten er meer in de lucht dus. Helaas voor ons bleken zij precies op het punt waar zij stonden eveneens een goede troef in handen te hebben: een door ons team gemiste Kruisbek!

Na onze break maakten we nog een rondje rond het heidegedeelte, waar we een Appelvink zagen zitten en uiteraard Gekraagde Roodstaart, Boompieper en opnieuw een Boomleeuwerik recht boven ons hoorden zingen. Omdat we nog steeds geen Zwarte Specht of Goudvink hadden, besloten we — overigens volgens plan — via de Klokkenberg noordwaarts te gaan. Deze route leverde een goede soort op (dachten we), de Grauwe Vliegenvanger. Deze waren tot dan toe nog nauwelijks gemeld, dus ook hier dachten we een mooie troef mee in handen te hebben. Later bleken ze ineens overal te zitten roepen. Jarek en Leo zagen vervolgens een Zwarte Specht vliegen, maar deze werd niet gezien door Sandra en Erik. Na een tijdje zoeken gaven we het op en fietsten terug richting de Kogelvanger, opnieuw in de hoop op Zwarte Specht en Goudvink. Op het Reeptiend ziet Erik ineens een Gaai opvliegen met daarnaast een kleinere vogel met witte stuit: de Goudvink! Maar helaas, ook hier geen meerderheid, dus niet tellend. Via de Kogelvanger en de Stouwdreef fietsten we weer richting ons startpunt met een kleine zijroute om nog één keer die lastige Zwarte Specht te proberen. Dit keer eindelijk een roepende!

Vervolgens richting de Bouvignedreef, omdat Sandra daar Vuurgoudhaan wist te zitten. Jarek vond er één heel hoog tussen de takken, maar alleen Erik zag dezelfde vogel, vlak voor ie verdween in een dichte struik. Op dezelfde plek zat ook weer een Grauwe Vliegenvanger en zelfs hoorden we een Raaf roepen. De Raaf bleek soort nummer 100 op onze lijst te zijn. Even verderop hoorden we zacht een Havik kekken. Deze moesten we ook nog, maar zowel Leo als Erik hadden ervaring met een Gaai die sprekend Havik na kan doen, en we vertrouwden het niet helemaal, ook omdat er verderop een Gaai vloog. Gelukkig zagen we de Havik ook, omdat hij een stukje vloog en op een tak ging zitten. Kort daarna kwam van de andere kant opnieuw het andere team aanfietsen. Na even wat kletsen en wat speldenprikjes heen en weer begon er een Goudvink te roepen, dus die mag eindelijk ook op de lijst.

Als plek voor Kleine Bonte- en Middelste Bonte Specht, alsook de IJsvogel, hadden we het bruggetje over de Mark ter hoogte van Bouvigne bedacht en het daarachter gelegen parkje. De IJsvogel liet zich niet zien of horen en ook de twee spechten bleken onvindbaar. Wel hoorden Leo en Jarek als eersten een zingende Vuurgoudhaan. Dichter bij de plek gekomen hoorden Sandra en Erik deze gelukkig ook keihard zingen, en zo weer een toevoeging op de lijst. We besloten volgens plan verder te gaan en via de Baronielaan te fietsen voor de Slechtvalk die daar, op de toren van de Heilig Hartkerk, broedt. Deze bleek vlak voor de kerk heen en weer te vliegen en werd door allen gezien. Jarek wist nog een mogelijke plek voor IJsvogel langs de Mark in het Boeimeerpark. Helaas kwam daar net een bootje aanvaren, met vriendelijk zwaaiende mensen, dat wel. Maar geen IJsvogel liet zich zien. Ineens roept Jarek: Noordse Kauw! En inderdaad, in een groepje foeragerende Kauwen loopt er één met enorm witte keelvlekken. Een hele mooie ondersoort, maar ondersoorten zouden we meetellen en deze mag dus mee op de lijst.

Noordse Kauw met opvallend witte keelvlekken in het gras
Foto: Erik van Boxtel

Inmiddels begon het weer wel erg te betrekken, en we hadden vooraf bedacht dat we in dat geval bij Leo in Teteringen de auto zouden kunnen pakken, om deels droog door te kunnen vogelen. Onderweg naar Leo zouden we op de Kapittelweg nog wel even de Roek meepikken. Daar aangekomen: niets. De wijk rondgefietst: niets. Wel een nest gezien, maar daar zat een duidelijke Zwarte Kraai op. Dan toch maar door, want zowel Jarek als Leo hadden nog een reserveplek voor de Roek en wellicht konden we die met de auto nog doen. Op de Waterdonken kwam er een telbare IJsvogel overvliegen (eindelijk!) en ook een Visdiefje. Wat er ook binnenkwam, was het ongelooflijke bericht van een in de ochtend waargenomen Grijze Wouw in de polder Hooijdonk — en dus niet het team Grijze Wouw, maar de echte vogel! Met overduidelijke foto’s en gezien door Hans van Kluiven, maar veel vroeger in de ochtend. Dit is de eerste ooit voor Breda, en voor zo’n soort laat je alles vallen. Snel naar Leo’s huis gefietst dus, korte sanitaire stop, en met de auto door naar Hooijdonk. Daar aangekomen stapten we uit en stonden in de regen vergeefs te turen naar de naamgever van het andere team, dat even later ook arriveerde. Het bleek voor beide teams echter vergeefse moeite en de grootste misser van de dag.

De enige nieuwe soort die ons team in de polder op dat moment nog zag, was de Huiszwaluw, tevens ook de enige van die dag. We besloten daarna met de auto naar Prinsenbeek te gaan voor de Ringmus en vervolgens door naar de Emerput voor de Geoorde Fuut. Ook deze pogingen bleken vergeefs, evenals nog drie extra pogingen om een Roek te vinden. Vanwege de aanhoudende regen besloten we koffie te gaan drinken bij Leo, waar we hartelijk werden ontvangen door zijn vrouw, die we grappig genoeg in de ochtend al totaal onverwacht waren tegengekomen toen we op weg waren naar een Zwarte Roodstaart bij het Amphia.

Na een tijdje klaarde het weer iets op en zelfs een zonnetje liet zich zien. We gingen daarom weer verder per fiets richting Lage Vuchtpolder voor de daar al weken zingende Braamsluiper(s). Via een Steenuilennestkast in Teteringen (zonder Steenuil) naar de bewuste plek, waar het ijselijk stil bleef. Terwijl we de weg vervolgden via het Hoge Vuchtpark met de hoop op toch nog een Braamsluiper, viel het oog op twee overvliegende Boomvalken. Dat was heel fijn, want ook die hadden we in het Mastbos verwacht, maar niet gezien. Nu wel, en daarmee was soort 112 een feit. We vonden het al een aardig goede score, want het record voor Breda stond tot nu toe op 116. Wel werd het steeds moeilijker om nog iets te vinden en werd iedereen ook steeds vermoeider. Door een regenbui overvallen probeerden we onder de paar wilgjes op de grens van het Moerdijkje en de Middenweg te schuilen. Erg droog bleven we er niet onder helaas, maar er kwam wel een Witgat aanvliegen en die hadden we nog niet. Soort 113!

Boomvalk in de vlucht
Foto: Erik van Boxtel

Ook vloog er een enorme tweedekalenderjaars meeuw door de polder en Erik probeerde nog wat foto’s te maken. Maar op grote afstand met veel regen bleek daar helaas niks van te maken. Toen het eindelijk weer wat droger werd en er zelfs weer een zonnetje tevoorschijn kwam, fietsten we verder richting De Hartel/Spinolaschans. Erik zag in de verte een Grote Zilverreiger staan: 114. Zo’n beetje bij het laatste plasje aan de Middenweg vloog een Watersnip op. Hop(pa), nummer 115! Dat kwam toch al wel heel dicht in de buurt van het record. En we hadden nog de Korenbrits te gaan voor mogelijk een Pontische- of Geelpootmeeuw. Echter, daar is het op zondag geen komen en gaan van meeuwen: daarvoor moet de afvalverwerking in bedrijf zijn, en op zondag zijn ze helaas dicht. Een enkele Kleine Mantelmeeuw, maar dat was het.

Maar goed, aan de Moerlakenbrug had Erik de afgelopen week al meermalen een Braamsluiper horen zingen, dus misschien werd dat toch nog wat. Het zonnetje scheen weer, dus dat moest toch goedkomen! Maar helaas, ook hier een kleine deceptie. We besloten dan toch ook nog maar het Haagse Beemdenbos te proberen voor de Kleine Bonte Specht. Deze wordt erg vaak gezien op de open plek achter in het bos, met inmiddels veel dode populieren. Aangekomen op de bewuste plek zagen we helaas niks bewegen. We hadden nog zo’n drie kwartier te gaan tot het 18:00 uur zou zijn en besloten dan toch maar even te posten. De vermoeidheid eiste zijn tol en veel animo (lees: puf) om nog verder te fietsen was er niet meer. Na een tijdje zag Erik vanuit het bos een klein vogeltje in een wat golvende vlucht aankomen vliegen en een heel stuk verderop in de top van een dode populier landen. Dat zag er veelbelovend uit, en na een korte sprint kon Erik bevestigen dat het er een was! Onze 4e spechtensoort en nummer 116 op de lijst: een evenaring van het oude record!!! Dat was, vanwege het slechte weer en alle dips in de middag, toch tamelijk onverwacht.

Met nog een ruim kwartier te gaan besloten we niet meer een grote ronde door de polder te fietsen, maar via de kortste route richting Asterdhoeve te gaan. Die route voerde nog langs één plasje aan de Rietdijk, en daar langsfietsend zagen we nog een steltloper foerageren achter wat begroeiing. Even goed kijken en nog wat foto’s ter bevestiging dat het toch echt soort nummer 117 was: een Kemphaan.

Kemphaan foeragerend in ondiep water langs de Rietdijk
Foto: Erik van Boxtel

Wat een geweldig resultaat van een prachtig avontuur. Als eerste team arriveerden we bij de Asterdhoeve en zegen neer aan de voor ons gereserveerde tafel. Ondertussen kwamen appjes binnen van het andere team, dat net voor zessen nog even drie nieuwe soorten had gescoord. We waren vrij zeker dat we niet meer gingen winnen, maar dat deed er niet toe. We hadden een fantastisch avontuur achter de rug waar iedereen met plezier op terugkeek.

Nadat het andere team was gearriveerd, werd eten besteld en begonnen we met de grootste missers — die zijn er altijd, en vaak zijn het hele “gewone” soorten — en de beste soorten van de dag. Uiteraard werd ook nog de grootste misser van beide teams besproken, en werd al gesteld dat deze Big Day de geschiedenis in zou gaan als “de Big Day waarin we de Grijze Wouw hadden gemist.”

En toen kwam natuurlijk het belangrijkste moment: de einduitslag. Op de vraag of team (Grijze) Wouw het oude record had gebroken, werd bevestigend geknikt. Hebben jullie ook een getal beginnend met een 1? “Uiteraard.” Begint het tweede getal ook met een 1? “Jazeker.” Nadat we, als team Hop, bekendmaakten dat we als derde cijfer een 7 hadden, antwoordde Bianca: “wij ook.”

Wat een geweldig en onverwacht einde van deze Big Day Breda 2026: een gelijkspel — eigenlijk de mooist denkbare uitslag na zoveel inspanning van iedereen. De maaltijd hebben we ons goed laten smaken en tevreden togen we allen daarna huiswaarts.

Soortenlijst team Hop

Min of meer op volgorde van waarneming.

Zaterdag 2 mei

  1. Gele Kwikstaart
  2. Zwarte Kraai
  3. Kievit
  4. Zwartkopmeeuw
  5. Grauwe Gans
  6. Roodborsttapuit
  7. Blauwborst
  8. Lepelaar
  9. Spreeuw
  10. Kleine Mantelmeeuw
  11. Graspieper
  12. Putter
  13. Krakeend
  14. Wilde Eend
  15. Veldleeuwerik
  16. Boerenzwaluw
  17. Brandgans
  18. Meerkoet
  19. Tureluur
  20. Kuifeend
  21. Waterral
  22. Witte Kwikstaart
  23. Bergeend
  24. Oeverzwaluw
  25. Blauwe Reiger
  26. Scholekster
  27. Stormmeeuw
  28. Kokmeeuw
  29. Paapje
  30. Houtduif
  31. Rietzanger
  32. Rietgors
  33. Sprinkhaanzanger
  34. Vink
  35. Grasmus
  36. Koolmees
  37. Zwartkop
  38. Tjiftjaf
  39. Buizerd
  40. Kleine Karekiet
  41. Fuut
  42. Aalscholver
  43. Kneu
  44. Tapuit
  45. Kluut
  46. Kleine Plevier
  47. Waterhoen
  48. Merel
  49. Knobbelzwaan
  50. Purperreiger
  51. Cetti’s Zanger
  52. Oeverloper
  53. Pijlstaarteend
  54. Koekoek
  55. Fitis
  56. Pimpelmees
  57. Winterkoning
  58. Huismus
  59. Turkse Tortel
  60. Kauw
  61. Ekster
  62. Holenduif
  63. Heggenmus
  64. Roodborst
  65. Zanglijster
  66. Groene Specht
  67. Torenvalk
  68. Bosruiter
  69. Snor
  70. Zilvermeeuw
  71. Bruine Kiekendief
  72. Bosrietzanger
  73. Gierzwaluw
  74. Staartmees
  75. Grote Bonte Specht
  76. Nachtegaal
  77. Houtsnip
  78. Grutto
  79. Bosuil

Zondag 3 mei

  1. Tuinfluiter
  2. Grote Lijster
  3. Bonte Vliegenvanger
  4. Zwarte Mees
  5. Goudhaan
  6. Boomkruiper
  7. Fluiter
  8. Gaai
  9. Gekraagde Roodstaart
  10. Boompieper
  11. Wintertaling
  12. Kuifmees
  13. Boomleeuwerik
  14. Appelvink
  15. Dodaars
  16. Wielewaal
  17. Sperwer
  18. Boomklever
  19. Grauwe Vliegenvanger
  20. Zwarte Specht
  21. Raaf
  22. Vuurgoudhaan
  23. Havik
  24. Goudvink
  25. Ooievaar
  26. Slechtvalk
  27. Noordse Kauw
  28. Groenling
  29. Zwarte Roodstaart
  30. Visdief
  31. IJsvogel
  32. Huiszwaluw
  33. Boomvalk
  34. Witgat
  35. Grote Zilverreiger
  36. Watersnip
  37. Kleine Bonte Specht
  38. Kemphaan