Afgelopen zomer waren we een midweek in de Ardennen, in de buurt van Neufchâteau. Een plek waar ik goede herinneringen aan heb. Een kleine zes jaar geleden waren we hier ook, toen onze dochter nog maar een paar maanden oud was. We verbleven op een glamping langs een beekje dat door de droogte vrijwel helemaal droog stond.

Nu waren we er opnieuw. En als ik ergens een paar dagen midden in de natuur zit, begint het natuurlijk al snel te kriebelen: wat zou hier ‘s nachts eigenlijk rondvliegen?

Niet de halve auto vol

Nachtvlinderen kan nogal een spullenhobby zijn. Lampen, lakens, vallen, accu’s en andere materialen: als je wilt, kun je er een halve auto mee vullen. Maar daar hadden we deze keer niet zoveel ruimte voor.

Dus ging het klein.

Ik had een heel eenvoudig vlindervalletje mee. Een kleine constructie met een doorschijnende trechter en een UV-lampje. Een stukje PVC-buis fungeerde als sokkeltje, zodat het lampje mooi rechtop kon staan.

Meer stelde het eigenlijk niet voor.

Ik heb ook niet iedere nacht naar nachtvlinders gekeken. Uiteindelijk heb ik drie nachten het UV-licht gebruikt. De laatste avond pakte ik het iets anders aan en zette ik ook een klein laken op.

Drie nachten

Nacht 1 — 11 op 12 augustus

De eerste nacht was een bescheiden begin, met vier verschillende soorten:

  • Oranje wortelboorder — Triodia sylvina
  • Gerimpelde spanner — Macaria liturata
  • Hennepnetelspanner — Perizoma alchemillata
  • Florida-uil — Spodoptera exigua

4 soorten

Nacht 2 — 12 op 13 augustus

De tweede nacht werd het al een stuk drukker:

  • Donkere marmeruil — Deltote pygarga
  • Hennepnetelspanner — Perizoma alchemillata
  • Parelmoermot — Pleuroptya ruralis
  • Puta-uil — Agrotis puta
  • Bruine snuituil — Hypena proboscidalis
  • Guldenroededwergspanner — Eupithecia virgaureata
  • Brandnetelbladroller — Celypha lacunana
  • Grote worteluil — Agrotis ipsilon
  • Bruine grijsbandspanner — Cabera exanthemata
  • Haarbos — Ochropleura plecta
  • Gele oogspanner — Cyclophora linearia
  • Beukeneenstaart — Watsonalla cultraria
  • Klaverblaadje — Macaria notata
  • Witvlakdwergspanner — Eupithecia succenturiata
  • Gerande spanner — Lomaspilis marginata

15 soorten

Nacht 3 — 13 op 14 augustus

De laatste nacht gebruikte ik naast het eenvoudige UV-licht ook een klein laken. Dat werd meteen de soortenrijkste nacht:

  • Stro-uiltje — Rivula sericealis
  • Witte grijsbandspanner — Cabera pusaria
  • Drietandvlakjesmot — Catoptria falsella
  • Zilveren groenuil — Pseudoips prasinana
  • Waaiermot — Alucita hexadactyla
  • Grijsgroene zomervlinder — Pseudoterpna pruinata
  • Parelmoermot — Pleuroptya ruralis
  • Zwarte-c-uil — Xestia c-nigrum
  • Vuurmot — Carcina quercana
  • Paardenbloemspanner — Idaea seriata
  • Guldenroededwergspanner — Eupithecia virgaureata
  • Bruine snuituil — Hypena proboscidalis
  • Gewone dwergspanner — Eupithecia vulgata
  • Satijnlichtmot — Palpita vitrealis
  • Bruine grijsbandspanner — Cabera exanthemata
  • Piramidevlinder — Amphipyra pyramidea
  • Gewone bandspanner — Epirrhoe alternata
  • Gerimpelde spanner — Macaria liturata
  • Blauwooggrasmot — Agriphila straminella

19 soorten

Twee soorten die eruit sprongen

De Florida-uil (Spodoptera exigua) was voor mij niet nieuw, maar blijft een leuke waarneming. Het is een trekvlinder uit zuidelijker streken die zo nu en dan onze kant op komt.

De grijsgroene zomervlinder (Pseudoterpna pruinata) was wél nieuw voor mij. Een mooie, opvallend grijsgroene spanner en daarmee een van de soorten waar ik tijdens deze paar nachten het meest blij mee was.

Niet veel nodig

Dat is misschien ook precies wat ik zo aantrekkelijk vind aan nachtvlinderen. Je kunt behoorlijk ver gaan met lampen, vallen en andere materialen. Ik vind het zelf ook leuk om daarmee te experimenteren. Maar tegelijkertijd heb je helemaal geen enorme installatie nodig om iets interessants te zien.

Een kleine zelfgemaakte val, een UV-lampje op een stukje PVC en de laatste avond een klein laken. Meer was het eigenlijk niet.

En toch liep het aantal soorten per nacht op van vier naar vijftien en uiteindelijk negentien. Inclusief een aantal mooie verrassingen en een nieuwe soort voor mij.

Zes jaar na ons eerste verblijf in de Ardennen heb ik er zo weer een andere herinnering bij. ’s Avonds een lampje aan en vervolgens maar afwachten wat er uit het donker tevoorschijn komt.

Soms heb je daar verrassend weinig voor nodig.