Overdag lijkt het een vrij overzichtelijke plek. Strand, helmgras en daarachter de duinen van Heemskerk. Maar zodra het donker wordt, blijkt er een dierenwereld rond te vliegen waarvan je overdag vrijwel niets merkt.

Deze zomer zette ik op één vaste plek aan de voet van het duin een vlinderval neer. Geen ingewikkelde inventarisatie verspreid over een groot gebied, maar steeds min of meer dezelfde plek, precies op de overgang van strand en duin. Na enkele nachten stond de teller al op 50 verschillende soorten nachtvlinders en microvlinders.

En waarschijnlijk is dat nog maar het begin.

Eén plek, twee gebieden

Wie de waarnemingen op de kaart bekijkt, zou kunnen denken dat ik op verschillende locaties heb gezocht. Een deel staat geregistreerd onder Heemskerk – Strand en zeereep, een ander deel onder het Noordhollands Duinreservaat.

In werkelijkheid gaat het om vrijwel exact dezelfde plek. Mijn vlinderval staat zo dicht bij de grens tussen de gebieden dat een verschil van enkele meters in de registratie bepaalt onder welk gebied een waarneming terechtkomt.

Voor de nachtvlinders zal die grens weinig betekenis hebben. Zij vliegen vanuit de zeereep, het open duin en waarschijnlijk ook vanuit vegetaties verder het duin in naar het licht.

Juist dat maakt de locatie interessant. De val staat op een overgang tussen verschillende leefgebieden.

Vijftig soorten in een paar nachten

Mijn eerste waarnemingen uit deze serie dateren van 28 juli. Op 2 augustus bevatte de lijst 92 waarnemingen, verdeeld over 50 verschillende soortnamen. Daarbij zitten zowel grote nachtvlinders als kleine microvlinders. Sommige determinaties zijn automatisch goedgekeurd, andere staan nog als onbekend in de validatie. Het getal van vijftig moet daarom vooral worden gezien als de huidige stand van de inventarisatie, niet als een definitieve soortenlijst.

Toch laat de lijst nu al iets zien van de omgeving.

Er vliegen algemene soorten zoals de gamma-uil en kooluil, maar ook soorten waarvan alleen de naam al duidelijk maakt dat ze hier thuishoren: duinworteluil, duinhalmuiltje, zandhalmuiltje en helmgrasmot.

Die laatste vind ik misschien wel een van de aardigste voorbeelden. Helm is een van de planten die het landschap hier bepaalt. Overdag loop je er gemakkelijk aan voorbij. ’s Nachts verschijnt bij de lamp een kleine vlinder die juist met dat landschap verbonden is. Ineens blijkt zo’n pol helm onderdeel van een veel groter ecologisch verhaal.

Een kantstipspanner tussen het wit

Een van de soorten die er voor mij uitsprong was de kantstipspanner (Scopula ornata). Het is zo’n nachtvlinder waarbij je waarschijnlijk nooit zou vermoeden dat hij hier rondvliegt als je niet ‘s nachts gaat kijken.

Ook de duinwalstrospanner, witroze stipspanner, gestreepte goudspanner en zwartvlekdwergspanner kwamen langs. Alleen al binnen de spanners blijkt de variatie op één plek behoorlijk groot.

En dan zijn er de grotere, opvallende soorten. Een hageheld is moeilijk over het hoofd te zien. Ook soorten als kleine beer, roodbandbeer, grasbeertje en grauwe borstel laten zien dat nachtvlinders bepaald niet alleen uit kleine bruine motjes bestaan.

Tegelijkertijd zijn juist die kleine motjes interessant.

Namen als pinokkiomot, mutsjeslichtmot, levervlekmot, rode eikenlichtmot, zilverbandpalpmot en tweekleurig knoopvlekje laten een wereld zien die je als niet-specialist gemakkelijk volledig mist.

Een landschap weerspiegeld in vlinders

Langzaam ontstaat zo het idee dat de inhoud van de vlinderval een soort afspiegeling van het landschap is.

De val zelf beslaat nauwelijks ruimte. Maar de dieren die erop afkomen, vertegenwoordigen allerlei planten en leefgebieden in de omgeving. Grassen van de zeereep, kruiden van het open duin, struiken en bomen: iedere plantensoort kan weer verbonden zijn met rupsen die ervan afhankelijk zijn.

Een nachtvlinder is daardoor meer dan alleen een soortnaam op een lijst. Achter iedere soort zit een levenscyclus en daarmee vaak een relatie met de vegetatie rondom de vangplek.

Dat maakt nachtvlinders ook zo interessant als manier om naar een gebied te kijken. Overdag zie je het landschap. ’s Nachts krijg je via de vlinders als het ware een andere doorsnede van hetzelfde ecosysteem te zien.

En dit is pas het begin

Misschien is dat voorlopig wel de belangrijkste conclusie van deze eerste inventarisatie.

Niet dat er precies vijftig soorten nachtvlinders bij de Heemskerkse duinrand leven. Dat zijn er ongetwijfeld veel meer. En ook niet dat iedere vlinder die bij de lamp verschijnt vlak naast de val zijn hele leven doorbrengt.

Het interessante is juist hoeveel biodiversiteit één lamp op één vaste plek in enkele nachten al zichtbaar kan maken.

Bovendien verandert de nachtvlinderfauna gedurende het jaar. Soorten hebben verschillende vliegtijden en trekvlinders kunnen van jaar tot jaar sterk in aantal verschillen. Door de val op dezelfde plek te blijven gebruiken, ontstaat daarom geleidelijk een veel completer beeld.

Daar ben ik inmiddels misschien nog nieuwsgieriger naar dan naar het uiteindelijke aantal soorten.

Wat verschijnt er in augustus nog? Welke soorten komen later in het jaar? Welke zie ik volgend jaar opnieuw? En hoeveel soorten blijken hier rond te vliegen als je niet een paar nachten kijkt, maar jarenlang?

Overdag blijft het dezelfde duinrand.

Maar zodra het licht van de vlinderval aangaat, blijkt er iedere nacht een andere wereld langs te komen.